// archives

Archive for December, 2008

Consument wil contact met bedrijven via e-mail

Op Adforesult kwamen wij het volgende artikel tegen:

De Nederlandse consument heeft geen erg hoge pet op van het contact dat bedrijven met hem onderhouden. Het gemiddelde rapportcijfer daarvoor komt uit op een 5,8. Dat blijkt uit een onderzoek van Trinicom, leverancier van software voor het afhandelen van klantcontacten, onder 500 consumenten. Uit het onderzoek blijkt dat consumenten het liefst met bedrijven communiceren via e-mail. Telefonisch contact komt op de tweede plaats. Voor contact houden via chat geldt dat dit met name populair is onder jongere consumenten.

Wanneer een e-mail wordt gestuurd naar een bedrijf, verwacht bijna 94 procent van de consumenten een ontvangstbevestiging met de verwachte responstijd terug. Op een vraag of klacht verwacht zo’n 60 procent van de consumenten binnen een dag antwoord. Lange wachttijden en het niet nakomen van toezeggingen leiden tot ontevredenheid. Volgens Trinicom geeft het gemiddelde cijfer van de consument voor het contact met bedrijven aan, dat er nog veel werk te verzetten is.

Nederlanders besteden een vijfde deel vrije tijd online

Op marketingfacts kwam ik de volgende post tegen.

Wat opvalt is, dat de landen die bekent staat als sociaal goed georganiseerd, relatief minder van hun vrije tijd online besteden. Je zou dit onderzoek moeten combineren met cijfers hoeveel tijd mensen op hun werk besteden aan prive internet zaken. Maar lees het onderzoek zelf, cijfertjes zijn altijd leuk:

Nederlanders hebben met 6,3 uur vrije tijd op een doordeweekse dag meer tijd voor zichzelf dan de gemiddelde internettende wereldburger die 5,8 uur vtije tijd heeft. Een vijfde deel (19%) van deze tijd brengen ze door op internet. Dat is een aanzienlijk deel, maar vergeleken met de rest van de wereld valt dat nog mee. Het minste vrije tijd hebben de inwoners van Zuid-Korea (4,6 uur), maar zij brengen wel een veel hoger percentage van die tijd door op internet (40%). Chinezen spannen qua gespendeerde tijd op internet de kroon met 45 procent van hun vrije tijd. Alleen de Scandinavische landen hebben meer vrije tijd en minder internettijd dan de inwoners van ons land.  Dit blijkt uit het wereldwijde onderzoek Digital World, Digital Life (pdf), door TNS uitgevoerd in zestien landen wereldwijd onder de online populatie (via: AD.nl).

Nederlanders blijven nog steeds die nuchtere mensen die meer dan mensen in andere landen vooral functioneel internetten. Socializen, daar hebben we andere – nu nog vaak betere – alternatieven voor; we bellen of gaan bij onze vrienden langs. Ook voor entertainment is de Nederlander minder op internet te vinden dan anderen. Opvallend is bijvoorbeeld dat Nederlanders in verhouding heel weinig online videoclips bekijken (32%). Terwijl 66 procent van de Zweden en 63 procent van de Noren dit af en toe doen. Gemiddeld genomen bekijkt 51 procent van de inwoners van onderzochte landen videoclips online. Voor audioclips geldt min of meer hetzelfde: 26 procent van de Nederlanders luistert af en toe naar muziek of andere online audiofragmenten. Daarmee luisteren Nederlanders het minst naar audioclips. Het gemiddelde is 44 procent. Zuid-Koreanen luisteren het meest naar audioclips (65%), gevolgd door Spanjaarden (56%) en Zweden (54%).

De helft van de Nederlanders heeft recent het internet afgestruind om zich te verdiepen in een bepaald product of dienst. Gemiddeld is dit 64 procent. Duitsers en Zuid-Koreanen doen het meeste research voordat ze over gaan tot aanschaf (79% en 75%). Een interessant detail is dat Nederlanders het minst vaak een kijkje nemen op adult only sites (9%). Gemiddeld is dat achttien procent. Duitsers bezoeken dit type site het vaakst: 26 procent van hen heeft de laatste maand een bezoekje gebracht aan een site die niet voor de kleintjes is. Echt doorgewinterde online daters zijn we even min. Met vier procent daten we in Nederland het minst, een gedeelde laatste plaats met de Amerikanen en de Japanners. Gemiddeld wordt er door negen procent gebruik gemaakt van datingsites. Zuid-Koreanen daten het meest online, 14 procent.

Acht op de tien online Nederlanders (81%) hebben de afgelopen maanden hun rekeningen online betaald. Gemiddeld is dit 58 procent. Een kwart van de Nederlanders (26%) heeft online goederen of diensten verkocht via het internet. Dat is meer dan het gemiddelde van 21 procent. Tot slot adverteren we meer dan anderen online: twintig procent tegenover de totale elf procent.

Word zelf geen spammer!

Helaas heeft nog niet iedereen door dat Spam niet de oplossing is. Ik sprak vandaag met een zeer respectabele verhuurder / verkoper van (email) adressen. Deze leverancier bood mij “opt-in” email adressen te koop aan. Toen ik er op wees dat, als ik email adressen bij hem zou kopen i.p.v. huren, dat ze niet echt opt-in kunnen zijn, werd mij uitgelegd dat ik dan alleen maar hoefde te melden dat ik de adressen van hen had gekocht en dat ze daarom opt-in zijn.

Voor u informatie: Indien u adressen van derde gebruikt voor email acties kunnen deze alleen maar opt-in zijn als uit naam van de bestandseigenaar worden verstuurd. De ontvanger dient expliciet toestemming te hebben gegeven aan de verstuurder dat hij/zij boodschappen van derde wilt ontvangen. Dit moet vastgelegd zijn met datum en wijze van aanmelding en de email moet altijd voorzien zijn van een afmeldmogelijkheid.

Mail Blog wenst u fijne feestdagen en een gelukkig nieuwjaar!

Namens alle bloggers van MailBlog wensen wij u fijne feestdagen en een gelukkig nieuwjaar!

KLIK HIER voor de ons digitale groet.

Biedt de crisis echt mogelijkheden voor direct marketing?

Op Emerce kwamen wij het volgende artikel tegen:

Kranten- en tv-bedrijven kunnen komende jaren omvallen. Als de recessie hard en lang toeslaat en adverteerders massaal naar internet overstappen als effectief, meetbaar medium dreigt een mogelijk fatale prijzenoorlog onder de traditionele media.

Dat is een van de vier toekomstscenario’s die Annet Aris voor de komende paar jaar schetst. Internet heeft de mediaconsumptie van de consument ingrijpend veranderd en adverteerders beginnen gestaag te volgen. Mediabedrijven komen traditioneel gezien nóg later, wat voor sommigen het einde kan betekenen.

Aris, lid van het College van de OPTA en professor Strategie aan de prestigieuze INSEAD-universiteit, haalde gisteren tijdens een Immovator-bijeenkomst ter illustratie de waardering van enkele krantenbedrijven erbij. De uitgevers die weinig activiteiten hebben, zagen hun waardering teruglopen tot 1 procent in anderhalf jaar tijd. Uitgevers als De Telegraaf en Schibsted steken dan met ongeveer 30 procent nog gunstig af.

Hoe sneller media en consumenten overstappen op nieuwe technologie en hoe ingrijpender de recessie is, hoe meer koppen er bij de traditionele media rollen.

“De laatste twee jaar stonden in het teken van user generated content en social networks. Men wil kunnen socialiseren, kiezen, creëren en met elkaar delen. Dat is geen nieuwe behoefte van de mediaconsument. Die behoefte bestaat al veel langer. Maar tot de opkomst van sociaal georiënteerde webdiensten kon daarin niet worden voorzien. Daarom gaat het zo snel” en leiden producties van traditionele media aan tanende belangstelling.

Bij een harde en lange recessie zullen adverteerders zich focussen op rendement van hun reclame-investeringen. Aris: “Bedrijven moeten fundamenteel nadenken over de effectiviteit van reclamebestedingen. Het is verstandig samenwerking te zoeken met de nieuwe giganten, zoals de grote internet- en telecompartijen”.

Tot de nieuwe spelers behoren volgens de professor kabel- en telecombedrijven, Google, Nokia en Endemol-achtige producenten. Die beschikken stuk voor stuk zelfstandig over een groot bereik en hebben veel kennis over en vaak betaalrelaties met hun klanten. Deze spelers manifesteren zich naast de gevestigde partijen tussen radio, televisie en print.

“Het ziet ernaar uit dat wanneer er in een land een breedbandpenetratie is van tussen de 60 à 70 procent dat adverteerders dan versneld hun bestedingen naar online verschuiven”. Tijdens een economische recessie zou die groei exponentieel kunnen zijn als online media zich effectief bewijzen en consumenten nog meer online gaan. Volgens Aris wordt er in Engeland vermoedelijk al in 2008 meer aan internetreclame uitgegeven dan aan tv-reclame. “Je mag aannemen dat de VS nét voor het omslagpunt staat”.

Aris schetste niet louter kommer en kwel. Ze stelt dat de economische teruggang in het gunstigste geval een kleine twee jaar duurt. Als consumenten in die periode langzaam digitale media omarmen en de recessie slechts een financiële hikje blijkt dan evolueren media, adverteerders en nieuwe marktpartijen geleidelijk richting een hernieuwd medialandschap.

Yahoo! sluit Nederlands kantoor

Op Emerce las ik vandaag dat Yahoo! haar kantoor sluit in Nederland en Scandinavië:

Yahoo sluit zijn kantoren in Nederland en Scandinavië. De verkoopactiviteiten worden door Engelsen overgenomen, waarmee het laatste contact met de Nederlandse markt sneuvelt.

Persoonlijk vind ik dit ook erg jammer, omdat ik zelf nog onderdeel was van het team dat Overtue (nu Yahoo! Search Marketing) in 2003 op de Nederlandse markt introduceerden. Dat was de tijd dat de markt nog nooit had gehoord van prijs per click of tekstadvertenties. Er is een hoop verandert in die laatste vijf jaar. Het is jammer dat Yahoo! nooit echt een succes heeft willen maken van haar portal in Nederland. Want dat was de enig manier geweest om een beetje tegengas tegen Google en Google Adwords te geven. Zeker nadat ze ook nog eens Ilse als netwerkpartners verloren aan Google. Ik ben erg benieuwt wat de laatste partners van Yahoo! in Nederland gaan doen.

Wellicht een kans voor Admarkt van Marktplaats???????

Nedstat en Tripolis starten samenwerking

Op de website van Tripolis is het volgende nieuwsbericht te lezen:

Tripolis, een van de eerste Europese email service providers (ESP) en Nedstat, Europees leider in web analytics, bundelen hun de krachten om een naadloze integratie van hun producten te realiseren. De conversie van e-mail campagnes kan aanzienlijk worden verhoogd door op gedrag gebaseerde doelgroepen te selecteren en deze gericht e-mail berichten te sturen.

Deze nieuwe partnerovereenkomst stelt gemeenschappelijke klanten in staat accuraat en real-time inzicht te krijgen in het gedrag van ontvangers nadat zij doorgeklikt hebben naar de website. In Sitestat kan waardevolle informatie zoals het aantal verstuurde e-mails, bounce-, open- en click through rate worden geanalyseerd in combinatie met on-site gedrag en conversie. Met de eenvoudige ‘drag and drop’ functionaliteit kunnen gebruikers bezoekersgroepen selecteren die niet geconverteerd zijn, om deze vervolgens vanuit Tripolis Dialogue een gerichte re-mail te versturen.

Willem Stam, Partner bij Tripolis: “Klanten willen steeds gerichter gaan e-maillen om zo de effectiviteit van hun campagnes te verhogen. De integratie met Sitestat stelt hen in staat dat op een eenvoudige wijze te realiseren. Het on-site gedrag van bezoekers wordt direct gebruikt om de conversie van de e-mail campagnes te verbeteren.”

Michiel Eielts, VP Partnerships bij Nedstat: “Het is gebleken dat het gebruik van behavioural data bij campagnes de conversie aanzienlijk verhoogt. Ons development team heeft prachtig werk geleverd door deze geavanceerde functionaliteit in te bouwen, waardoor iedere marketing professional er eenvoudig mee aan de slag kan.” De integratie is per direct beschikbaar voor alle gemeenschappelijke klanten van Sitestat en Tripolis.

Om het gehele nieuwsitem te lezen ga naar de website van Tripolis.

Microsoft sluit grote zoekmachinedeal met Dell

Microsoft en Dell hebben een deal gesloten om pc’s standaard uit te rusten met de Live Search toolbar. Dell computers zijn nu nog uitgerust met die van Google.

Dit zeggen bronnen die ‘meer van de kwestie afweten’. Zowel Dell als Microsoft wilden niet reageren op de berichten. De bedrijven geven ‘geen commentaar op geruchten en speculaties’ aldus Mary Jo Foley van ZDnet.

Volgens Foley valt er eigenlijk niet meer te speculeren over de deal: “Mijn bronnen zeggen dat het voorstel van Microsoft goed genoeg is om Dell te overtuigen de Google-toolbar in te ruilen voor een vergelijkbare dienst van Microsoft.”

Zoekmachine pushen Dell sloot de deal met Google in 2006. Google’s desktop, werkbalk, homepage en zoekhulp worden vanaf dan als standaard ingesteld op miljoenen pc’s. De Microsoft-equivalenten van de hulpprogramma’s worden ook nog steeds geïnstalleerd, maar worden niet automatisch opgestart, tenzij de gebruiker de standaardinstellingen verandert.

Microsoft probeert al een tijd dergelijke afspraken met verschillende pc-fabrikanten te maken om het afnemende aandeel in de zoekmachinemarkt te compenseren. Eerder sloot de softwaregigant een deal met laptopfabrikant Lenovo om Live Search en Windows Live programma’s standaard te draaien op consumentenlaptops.

Live ook al op HP Afgelopen juni wist Microsoft al HP zover te krijgen dat het Live Search met nieuwe computers. De deal met Dell houdt in dat Microsoft met Live standaard op de pc’s van de twee grootste computerfabrikanten zal staan.

Dergelijke deals om de zoekmachine in pc’s voor te installeren zijn van cruciaal belang voor bedrijven in de zoekmarkt, simpelweg omdat het gros van de gebruikers die standaardinstelling nooit verandert of de browsertoolbar deïnstalleert.

Bron: Webwereld

Gezamenlijk oordeel OPTA en CBP over ‘Tell a friend’-systemen op websites

‘Tell a friend’-systemen op websites zijn onder voorwaarden toegestaan. Dat maken de Onafhankelijke Post en Telecom Autoriteit (OPTA) en het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), vandaag bekend in een gezamenlijk rechtsoordeel. ‘Tell a friend’ is de mogelijkheid voor een internetgebruiker om via een website een bekende op de hoogte te stellen van een bepaalde boodschap of nieuwtje van die site. Deze marketingmethode (viral marketing) wordt zeer breed toegepast op websites en raakt zowel de bevoegdheden van OPTA als van het CBP. De twee toezichthouders hebben een gezamenlijk rechtsoordeel opgesteld om duidelijkheid te scheppen over de voorwaarden waaronder ‘Tell a friend’-systemen rechtmatig gebruikt kunnen worden.

Tell a friend Bij ’Tell a friend’-systemen verzendt een website (op initiatief van en namens een gebruiker) een e-mail zonder voorafgaande toestemming van de geadresseerde. Dit valt onder het verbod op het verzenden van ongevraagde elektronische berichten voor commerciële, ideële of charitatieve doelen (spam). Een persoonlijk e-mailadres is verder altijd een persoonsgegeven. De Wet bescherming persoonsgegevens stelt eisen aan het gebruik van persoonsgegevens.

Voorwaarden rechtmatigheid In dit gezamenlijke rechtsoordeel stellen OPTA en CBP vast dat ‘Tell a friend’-systemen alleen rechtmatig kunnen zijn als tenminste aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. De communicatie gebeurt volledig op eigen initiatief van de internetgebruiker (of afzender), de website stelt hier geen (kans op) beloning tegenover voor afzender of ontvanger; 2. Voor de ontvanger moet het duidelijk zijn wie de initiatiefnemer van de e-mail is, zodat hij diegene kan aanspreken als hij niet gediend is van dergelijke mails. 3. De afzender moet volledige inzage hebben in het bericht dat namens hem wordt verzonden, zodat hij de verantwoordelijkheid kan nemen voor de persoonlijke inhoud van het bericht. 4. De website in kwestie mag de e-mailadressen en andere persoonsgegevens niet gebruiken of bewaren voor andere doeleinden dan het eenmalig verzenden van een bericht namens de afzender. Daarnaast dient de website het systeem te beveiligen tegen misbruik, zoals het geautomatiseerd verzenden van spam.

Samenwerkingsprotocol Op 30 juni 2005 hebben OPTA en het CBP een samenwerkingsprotocol gesloten. Het protocol bevat afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden waarbij de aan OPTA en het CBP opgedragen taken of de uitoefening van de aan OPTA en het CBP toegekende bevoegdheden elkaar raken of overlappen. Op grond van de Telecommunicatiewet respectievelijk de Wet bescherming persoonsgegevens hebben beide colleges bevoegdheden op het gebied van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van (internet)gebruikers en de verwerking van persoonsgegevens door aanbieders van elektronische communicatiediensten. Het protocol betreft met name de werkverdeling bij de aanpak van spam en andere privacygerelateerde onderwerpen uit de Telecommunicatiewet.

Bron: OPTA

Opta stelt richtlijnen op voor ‘tell-a-friend’-diensten

De Opta en het College Bescherming Persoonsgegevens hebben een viertal richtlijnen opgesteld voor ‘tell-a-friend’-systemen op websites. Daarbij staat de verantwoordelijkheid van de verzender van de berichten centraal.

Opta logoVolgens de artikelen 11.7 en 11.8 van de Telecommunicatiewet is het verboden om ongevraagd e-mail met betrekking tot commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan privépersonen te versturen. ‘Tell-a-friend’-systemen op websites zouden op basis van deze wet in overtreding zijn. Voorbeelden van de veelgebruikte ‘tell-a-friend’-functionaliteit zijn het door een bezoeker doorsturen van een link naar een nieuwsartikel of een aanbieding van een webshop, en dat zijn mailtjes waarvoor de geadresseerde vooraf geen aantoonbare toestemming heeft verleend. De Opta en en het CBP hebben nu echter in een gezamenlijk rechtsoordeel bepaald dat voor dergelijke diensten onder voorwaarden een uitzondering wordt gemaakt.

Volgens de beide toezichthouders valt de verzending van dergelijke boodschappen niet onder het wettelijke verbod als de communicatie een ‘hoofdzakelijk persoonlijke aard’ heeft. Daarvan is sprake als aan vier voorwaarden wordt voldaan. Ten eerste moet de communicatie volledig op eigen initiatief van de internetgebruiker geschieden en mag de website aan de verzender of ontvanger van het bericht geen beloning of ander voordeel beloven. Daarnaast moet het voor de ontvanger duidelijk zijn wie de e-mail heeft verstuurd, zodat deze erop aangesproken kan worden. Ook moet de verzender volledige inzage in het te versturen bericht krijgen, zodat eerstgenoemde ook daadwerkelijk verantwoordelijkheid voor de inhoud kan nemen. Als laatste mag de website de ingevoerde e-mailadressen niet bewaren of voor andere doeleinden gebruiken.

De Opta en het CBP zeggen dat ze met het rechtsoordeel zijn gekomen omdat bij uitbaters van websites veel onduidelijkheid bestaat over de rechtmatigheid van ‘tell-a-friend’-diensten. De toezichthouders zijn met een gezamenlijke verklaring gekomen omdat de werkterreinen van de twee op dit punt overlappen.

Bron: Tweakers.net

Volg ons!

Twitter

Categorieën